Elke dag hebben we te maken met veranderingen. Grote en kleine. Laat dat nou net enorm lastig zijn als je je in autisme herkent.

Ook overgangssituaties zijn veranderingen. Je gaat van de ene situatie naar de andere. Dat kan zijn het overgaan van winter- naar zomertijd, van koud naar nat weer, verhuizen, ander werk… Daar kun je flink last van hebben.

Van je werk naar huis

Ook in het dagelijks leven kun je last hebben van kleinere en grotere overgangssituaties. Bijvoorbeeld van je werk naar huis. Ook al is het een dagelijks gebeuren, het kan enorm veel energie kosten. Op je werk ben je werknemer en heb je werk te doen dat af moet. Thuis ben je partner, ouder, vriend, etc. en wil je ook nog tijd hebben voor jezelf om te ontspannen. Ben je goed in schakelen dan is de overgang van werk naar huis geen probleem. Is schakelen juist lastig dan kan het zomaar zijn dat je een half uur thuis bent voordat je het gevoel hebt er echt te zijn. Dat half uur heb je nodig om te schakelen, over te stappen van het ene naar het andere. Lastig als je direct aan tafel moet en er gezelligheid van je wordt verwacht.

Laatst vertelde een van mijn klanten mij dit. Ze zat na een dag werken op de bank met haar partner. Terwijl hij in een tijdschrift zat te bladeren en af en toe een opmerking maakte was haar hoofd druk aan het werk. Zo druk dat haar gedachten als een razende heen en weer gingen. Wat ze gedaan had, wat ze de volgende dag nog moest doen, een afspraak die ze nog moest maken. Ook herinnerde ze zich een nare gebeurtenis en ineens kwamen er allerlei vervelende emoties naar boven. Uiterlijk was er niets te zien of te merken. Haar partner had het idee dat ze ‘gewoon’ gezellig op de bank zaten, voor haar betekende het alle opgedane indrukken en informatie verwerken. Ze had nog niet geschakeld naar huis.

TIP 1: Gebruik het laatste half uur op je werkdag om af te ronden

Wat in zo’n geval zou kunnen helpen is om het laatste half uur of kwartier op het werk te gebruiken om je werkdag af te ronden. Schrijf op wat is blijven liggen en wanneer het af moet, noteer de ideeën die je die dag hebt opgedaan, de acties die je nog moet doen. Streep door waar je mee klaar bent. Plan zoveel mogelijk in je agenda op basis van prioriteiten. Zo kun je de volgende dag weer direct van start en is je hoofd leger als je naar huis gaat. Je kunt vervolgens beter je aandacht richten op wat je thuis graag wilt of moet doen.

Van de ene taak naar de andere

Schakelen is bijvoorbeeld ook van een vergadering weer terug naar je werk, of andersom. Van je werk naar de lunch, van je werk naar een afspraak op locatie. Elke keer wordt je flow weer onderbroken. Je moet van de ene taak naar de andere. Voor elke taak kunnen er andere regels gelden, andere verwachtingen aan je gesteld worden. Het kan in andere ruimtes plaatsvinden, waardoor je moet wennen aan ander licht, geluid, geur, mensen.

TIP 2: Praat een minuutje met jezelf voordat ergens anders heen gaat.

Als dit is waar je moeite mee hebt ga er dan niet te snel aan voorbij of doe het af als lastig. Voordat je bijvoorbeeld van je werk naar de lunch gaat neem je één minuutje of langer om tegen jezelf te praten. Zeg bijvoorbeeld tegen jezelf: ‘Voor nu stop ik met waar ik mee bezig was. Ik ga nu lunchen in de lunchruimte. Daar zijn veel mensen, ik eet er mijn brood, lees een krantje, praat met collega’s.’ Roep als het ware het beeld op van waar je heen gaat. Of kijk naar een foto van de ruimte. Niemand die hier iets van hoeft te merken. Toch kan het jou veel moeite schelen om te schakelen. Hierdoor kom je meer aanwezig en ontspannen aan in de lunchruimte.

Plotselinge onderbrekingen door anderen

Misschien is dit ook wel zo’n situatie die je herkent. Je bent geconcentreerd aan het werk en ineens staat er iemand naast je die je een vraag stelt. Je eerste neiging is om door te werken, nog even afmaken waar je mee bezig was. Met een half oor luister je naar wat de ander vraagt en afwezig geef je antwoord terwijl je doorgaat met waar je mee bezig was. Je weet dat het niet handig is omdat je achteraf vaak niet precies meer weet wat er gezegd werd. De ander voelt zich ook niet gehoord en zal waarschijnlijk geïrriteerd weglopen of beginnen te mopperen. Het probleem is dat je niet snel kunt schakelen tussen je werk waarin je verdiept was naar een vraag.

TIP 3: Vraag een minuutje geduld voordat je ingaat op een plotselinge vraag.

Om hierin beter te kunnen schakelen en je het prettig houdt voor jezelf en de ander is het heel slim om te vragen of de ander even wil wachten. Op het moment dat iemand een vraag stelt zeg je bijvoorbeeld: ‘Een minuutje, graag. Ik maak even mijn zin af.’ Je maakt je zin af en draait je vervolgens helemaal naar de ander toe en zegt: ‘Je wilde iets vragen?’ Op die manier geef je jezelf even een moment om te schakelen zonder dat dit voor een ander als storend wordt ervaren.

Herken je dit soort overgangssituaties en heb jij een goede tip? Laat het hieronder weten.

 

Wil je ook weten hoe je rustig kunt blijven tijdens overgangssituaties en voorkomen dat je gestresst raakt?

Bestel dan het boek ‘Meer rust en minder stress bij autisme’ en ga er ook mee aan de slag. Klik hier om het boek direct te bestellen, dan heb je het morgen in huis.

In dit boek ontdek je:

  • Een simpele formule van 7 stappen om meer rust en minder stress bij autisme te ervaren.
  • Hoe je met slimme manieren je stress beter kunt hanteren en burnout kunt voorkomen.
  • Praktische tips en manieren voor rust in je hoofd waar je de rest van je leven profijt van hebt.