Kijkend om mij heen
Kijkend om mij heen.
Wat voel ik, wat zie ik, wat ervaar ik?Het gaat altijd om mijzelf.Wat weet ik, wat weet ik niet?Hoe weet ik? Kan ik weten? Kan ik voelen?Ik zie beelden, zelf gemaakt.

Achter de beelden zit de ander.

Maar mijn handen tasten in de leegte

en wat ik hoor waait weg in de wind.

Mijn lippen willen spreken,

maar mijn stem is stom.

Mijn ogen zien soms voorbij de beelden,

maar ik kom nooit dichterbij.

Kijkend in mijzelf

Wie ben ik? Wat voel ik? Is er een beeld van mij?

Ik kijk voorbij mijn eigen beelden. Beelden die ik niet ken.

Hoe kan ik weten wat mijn beelden zijn?

Ik zie de ander niet, dus ik zie ook hun beelden niet.

Mijn eigen ik is wat ik zie en wat ik voel.

Ik voel onmacht en frustratie, intens verdriet.

Ik leef in leegte, voel me eenzaam, tranen komen uit mijn ogen.

Onmacht om mijn beelden die het kennen in de weg staan.

Frustratie om het willen maar niet kunnen, telkens weer.

Frustratie om relaties, om de verbinding die ik niet krijg.

Frustraties om mijn ega, zo dicht bij maar mijlen ver.

Geen begrijpen, geen verbinding, geen troost, geen diepgang,

geen intimiteit, niemand houd mij vast, niet kunnen delen en zoveel pijn.

Door pijn bij mij en pijn door mij intens verdriet.

Leegte voelen als mijn ogen en mijn handen zoeken maar niets vinden.

Leegte voelden als ik wil delen, maar ik deel het goede niet.

Ik deel niet wat begrepen wordt en kan niet delen wat verwacht wordt.

Door de leegte zoveel eenzaamheid, ik ben alleen.

Kijkend naar het nu

blank

Ik loop tegen een muur aan, kan er niet overheen, wordt heen en weer geslingerd tussen boos en verdrietig, of soms gewoon maar niets.

Elke dag raak ik een stukje van mijzelf kwijt, ga ik verder weg van mijn ik.

Altijd weer proberen, ik moet sterk zijn en kan niet stoppen.

Altijd weer proberen, met weinig resultaat.

Altijd weer proberen en hopen dat het ditmaal goed komt.

Altijd weer proberen en telkens slijt er een stukje van mij af.

Ik zit gevangen in mijn leven, mijn leven dat ik lijd.

Lijden in plaats van leven, en elke dag, al is het maar een beetje,

sterft een een stukje van mij af.

Straks is er niets meer van mij over.

Ik ben sterk maar wil niet sterven, ik wil geen leeg omhulsel worden.

Iemand die is maar die niet leeft.

Ontdekken in het nu

Kijken naar binnen zonder beelden, dat is wat ik deed.

Nu moet ik kijken naar buiten en zien wat er is.

De beelden ontwijken, ontdekken wie er zijn.

De beelden ontwijken, zien wat ik wel heb gedaan.

De beelden ontwijken, het leven ontdekken.

De beelden ontwijken, sterk zijn voor mijzelf.

De beelden ontwijken, sterk zijn in mijzelf.

In mijzelf ontdekken wat ik wel kan.

De beelden zullen blijven, maar ik blijf ook met dat wat in mij is.

In mij is verdriet en pijn en eenzaamheid, maar ook mijn kracht.

Mijn kracht kan ik gebruiken. Ik ben sterk. Ik kan het.

Kijken om mij heen
blank
Wat heb ik in mij, ik kan het weten. Heb gekeken en ontdekt.

Ik kan zoeken en verbanden leggen, bedenken hoe het zou kunnen zijn.

Wat werkt wel en wat werkt niet. Niet alles gaat op gevoel en op de tast.

Gevoel is goed, gevoel is fijn, maar het is niet alles.

Ook zonder weten en zonder zien kan ik bedenken.

Vaak niet adequaat, vaak niet volledig.

Misschien wel vanuit een andere kant. Mijn kant. Een kant die er mag zijn.

Een kant die eerlijk is. Eerlijk is soms ook genadeloos en kwetsend.

Dat snap ik wel en wil ik niet.

Toch ben ik eerlijk, niet uit gevoel, maar uit compassie.

Compassie kun je delen, kijk, ik deel ook iets uit.

 

Kijk om mij heen vanuit compassie. Zien wat ik al heb.

Ontdek het en put er kracht uit.

Zelfs in mijn pijn moet ik gaan zoeken.

Zoeken naar een plek om aan mijn Pijn te geven.

Laat het daar maar rustig zitten. Het zit in mij, is van mij.

Ik ben wat ik ben en kijk eens wat ik kan. Zie je dat, o Pijn?

Maar jij hoort ook bij mij en mag in mij zijn. Samen gaan we verder,

totdat jij denkt dat het klaar is. Je mag altijd blijven sluimeren,

ik weet dat je er bent. Je krijgt een plek.

Samen gaan we kijken, kijken om mij heen.

Zie daar mijn mooie dochters, zie jij mijzelf er in? Ik wel en ik geniet.

Ik maak muziek en ik ga leven. Leven om te geven, maar wat is dat dan?

Ik ga zoeken naar begrip, misschien vertellen wat ik ben.

Anderen gaan vinden die dit herkennen, ze zijn er echt, ik ben niet alleen.

 

Daar ben ik dan, 1 plek is al gevuld. De plek voor Pijn die ik mag hebben.

Maar goed, daar is Verdriet, het overspoelt me, doet me huilen, bittere tranen komen in mij omhoog.

Het geeft niet, dat mag gebeuren, maar het is nooit fijn.

Mijn Verdriet krijgt ook een plek en samen gaan we verder. Kijk en zie hoe jij er bent gekomen.

Dit is wat ik ben en wat ik doe. Ik ben eenzaam en doe anderen verdriet, begrijp ze niet.

Er is niemand meer om mij vast te houden, maar wie zegt dat zo iemand niet bestaat?

Wie zegt dat anderen niet willen weten hoe het met mij gaat?

Ik voel het niet, maar zij gelukkig wel. Zie je wel, Verdriet, ik hoef niet alleen te lijden.

Zie je wel, elke dag een stukje sterven is niet nodig.

Er zijn ook mensen die willen dat ik heel blijf. Dat ik kan zijn wie ik ben.

Verdriet, kom maar in mij wonen, je hoort bij mij.

 

Daar ben ik dan, ik kijk vooruit. Ik draag bij me wat ik in mij heb.

Dat geeft niet; het hoort bij mij, ik mag er zijn.

En ja, begrijpen van die ander is zo moeilijk. Voelen wat zij voelen, het lukt misschien wel nooit.

En zelf begrepen worden, er is vast wel iemand die dat kan.

Ik zoek ze op, ik ga ze vinden, samen met mijn zelf.

Ik heb mijn kracht gevonden en ik weet wat ik kan:

Ik kan denken, ik kan doen, ik kan zorgen, ik kan verbinden, ik kan grappig zijn en ik kan huilen, ik kan werken, ik kan sporten, ik kan koken, ik kan helpen met van alles, ik kan muziek maken om te genieten, ik kan schrijven over alles wat ik denk, ik kan managen en organiseren, ik kan rijden naar het doel, ik kan liefhebben als geen ander; trouw tot op het bot, ik kan denken en dan bouwen, ik kan genieten van de mensen, al zie je dat vaak slecht, ik kan begrijpen dat ik niet kan kennen en weten dat ik niet kan voelen, ik kan dat een plek geven, ik kan zijn.

Nu moet ik aan de slag.

Samen met mijn zelf ga ik bedenken hoe ik dat dan toch moet doen.